is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uiet het eigendomsrecht van den Vorst verkortte. Van zakelijk recht was hierbij geen sprake.—bl. 6, 7, 8, 22, 23.

Het persoonlijke bezitsrecht van destijds was niet erfelijk, waarborgde slechts het genot der aanp'antingen tegenover derden— bl. 22/23 —; bij verkoop ging de grond niet over, wel de aanplantingen of oogst en het op den grond daargestelde; de verkoop was slechts eene vergoeding voor gemaakte aanplantingen, dijken enz. — bl. 29; — de grond bij de inlanders in gebruik moest den Vorst worden teruggegeven, indien deze het eischte — bl. 23.

Op Midden-Java werd het geheele gebied der gemeente verpacht,— bl. 13, — de hoofden verklaarden nog heden: dat zij de eenige rechthebbenden op den grond waren en kenden geen gebruiksrecht aan den geringen man toe, ofschoon dit laatste door dessalieden onderling geëerbiedigd wordt, — bl. 15, 16 en 17. —

NB. Dit verklaren der hoofden geschiedde bij het agrarisch onderzoek naar de rechten op den grond op Java, gehouden in de jaren 1867/1868.

Ter dezer plaatse neem ik de vrijheid er op te wijzen: dat de mededeeling der geldigheid van het inlandsch bezitsrecht tegenover derden, de dessabewoners onderling, en niet tegenover den Vorst als grondeigenaar, geheel overeenkomt met hetgeen door mij in den lsten Bundel „Bijlagen ", — van mijn werk de Particuliere Landerijen van Westelijk Java — in Bijlage VIII op bid. 59 verklaard werd, onder het opschrift „ Dessa-grondbezit" , en in den 2deu Bundel Bijlagen onder het opschrift „De Heer •/. II. Abendanon over de particuliere landerijen van Westelijk-Java, hier zelfs met de woorden: „schikkingen „van inlanders onder elkander gaven onderlinge rechten, dat „zijn rechten tusschen hen geldig, uiaar niet geldig tegenover „den Vorst."

Mr. van den Berg erkent verder dat verschillende stukken grond door de Hindoe-Vorsten aan particulieren in eigendom waren afgestaan, en haalt ten bewijze hiervan dezelfde oorkonde aan, door Professor Kern vertaald en door mij in mijn werk over de particuliere landerijen van W. Java, bij het bespreken van