is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten vallen en hein dus kunnen verraden, als voor den geheel of bijna geheel naakten Javaanschen. Hoe dit zij, tegenover de Europeesche landen van den Code Pénal ten minste draagt de bedoelde vorm van diefstal een specifiek Javaansch karakter.

De strafrechtelijke jurisprudentie op Java had reeds vóór de invoering der strafwetboeken aan dit misdrijf de qualificatie toegekend van diefstal met ondergraving. Steeds gedurende lange jaren is die in gebruik gebleven tot dat nu ongeveer twee jaren geleden het Hoog Gerechtshof in de plaats daarvan de qualificatie diefstal met inklimming heeft aangenomen.

Dit geschiedde door dat ééne van zijne kamers, bewerende dat krachtens de 2e alinea van art. 313 van het Strafwetboek voor de Inlanders het bedoelde feit als inkliinming moet worden beschouwd, die verandering invoerde en hare opvatting op dit punt niet tegenover de groote meerderheid van 's Ilofs leden, die hiermede niet instemden, willende opgeven, ook de andere kamers genoopt, men zou kunnen zeggen, feitelijk gedwongen heeft tot die verandering over te gaan, ten einde den onhoudbaren, onzekeren toestand te doen ophouden, welke alzoo voor de rechtbanken van eersten aanleg was ontstaan, wanneer b. v. de landraad in revisie zijne qualificatie „ondergraving" in „inklimming" zag verbeteren en de door denzelfden rechtsgeleerden president voorgezeten rechtbank van omgang van dezelfde plaats, naar aanleiding hiervan, hetzelfde feit „inklimming" qualificeerende, dat dan weder in revisie in „ondergraving" zag veranderd.

Zoo werd de qualificatie „inklimming" dan ten deze jurisprudentie. Echter niet zonder tegenspraak ook van elders. De belangrijkste op dit punt kwam van den landraad te Bin djei. Bij een vonnis van 3 December 1890, praeside Mr. R. Z. Dannenbargh gewezen, overwoog dit college dat het bedrelde feit niet dat is, hetwelk in de 2e alinea van art. 313 van het Strafwetboek voor de Inlanders met inklimming is gelijk gesteld, aangezien daarbij alleen wordt bedoeld het ingaan door eene niet voor ingang bestemde, mitsdien reeds bestaande opening onder den grond, zooals b. v. door een riool, eene waterleiding, eenen duiker enz., maar bestaat in het gedeeltelijk wegnemen