is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

He rechter bewijskracht toekennende aan op zegel geschrevene transscripties van ongezegelde brieven, heeft dit niet kunnen doen zonder oo die ongezeg"lde stukken achl ie slaan, daar de transscripties afgescheiden van de oorspronkelijke stukken geen bewijskracht hebben, zoodat hij daardoor de artt. 23 en 20 der Zegelordonnantie (Staatsblad 1885 no. \'ó\J geschonden heeft

I)e tegenpartij behoeft zich niet uit te laten over bescheiden, die geene bewijskracht hebben.

Said Abdulrachman, reqnirant van cassatie, contra

Hadjie Masoet, gerequireerde in voorschreven cas.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het door den landraad te Palembang op den 23sten .Tuni 1890 tusschen partijen gewezen interlocutoir vonnis, waarbij de door gedaagde, thans gereqnireerde van cassatie, voorgestelde exceptie van onbevoegdheid van den rechter verworpen en de uitspraak over de kosten van het incident tot het eindvonnis is voorbehouden, en het door denzelfden landraad op den 13den October 1890 tusschen partijen gewezen vonnis, waarbij aan den eischer, thans reqnirant van cassatie, zijne vordering gedeeltelijk is toegewezen, de gedaagde veroordeeld is om aan hein ter zake voorschreven, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen de som van f 3000 benevens de wettelijke interessen ad zes procent 's jaars, berekend van af den dag der indiening der vordering tot aan de geheele voldoening toe; van waarde verklaard zijn de op den 1 6den, 1 7den en 19den September 1889 door den deurwaarder van dezen landraad op de goederen van gedaagde gelegde conservatoire beslagen; de gedaagde veroordeeld is in de kosten van het rechtsgeding, bedragende ƒ 129, en het anders of meerder geeischte is ontzegd;

Gelezen het door den raad van justitie te Batavia (Ilde kamer)