is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eludeerd tot bevestiging van het vonnis a quo raet veroordeeling van appellant in de kosten van het hooger beroep, nader op te maken bij staat en te vereffenen in gevolge de wet;

O. dat eindelijk partijen ten dienenden dage hebben verzocht recht op de stukken en de uitspraak is bepaald op heden; Ten aanzien van het recht,

O. met betrekking tot het door appellant, oorspronkelijk gedaagde, tegen de ingestelde vordering in de eerste plaats aangevoerde niet ontvankelijkheidsmiddel, in hoofdzaak hierop nederkomende, dat de geïntimeerde, oorspronkelijk eischer, niet heeft ingesteld de eenige actie, die hem in gevolge de wet competeerde, te weten die tot scheiding en deeling;

dat de geintimeerde terecht heeft opgemerkt dat deze verwering den appellant niet kan baten, vermits zij reeds in eersten aanleg was voorgebracht en door den rechter a quo bij zijn op 5 November 1890 gewezen en in kracht van gewijsde gegaan eindvonnis is verworpen;

dat dit middel mitsdien behoort te worden verworpen; O. dat het tweede niet ontvankelij kheidsmiddel daarop is gegrond, dat de uitgaven, welke geintimeerde, volgens de bij dagvaarding overgelegde rekening als associé zou hebben gedaan, hebben plaats gehad tusschen 5 September en 29 December 1889, terwijl blijkens art. 5 van het associatiecontract, tusschen partijen gesloten, dat contract eerst is begonnen te loopen op 1 Januari 1890, zoodat, aannemende dat die uitgaven werkelijk plaats gehad hebben, geintimeerde die zeker niet heeft gedaan qua associé, waaruit volgt, dat het bewijsaanbod der onderwerpelijke feiten niet pertinent en concludent kan zijn;

O. dienaangaande, dat blijkens art. 4 van gemeld contract, dat contract is aangegaan onder de opschortende voorwaarde, dat de thans appellant aannemer voor het vervoer van brieven en pakketten en het verstrekken van voorspannen aan Gouvernements reizigers tusschen Semarang en Ptkalongan zou worden ;

dat ten processe vaststaat, dat deze voorwaarde vervuld is, zoodat het contract, in gevolge art. 1261 Burg. Wetboek, is begonnen te werken op den öden September 1889, zijnde de datum der overeenkomst;