is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een termijn moeten vaststellen, waar binnen de aanteekening geschieden moest, daar het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering dan niet van toepassing zou zijn, eu de partijen, vooral de persoon wiens in bewaring-stelling geweigerd wordt, niet voor een onbepaalden tijd bedreigd raag blijven met onzekerheid aangaande de rechterlijke beslissing.

Maar ook indien niet reeds op de bovenaangevoerde gronden mag aangenomen worden, dat de wet de vordering tot in be waring-stelling van krankzinnigen als een burgerlijke rechtsvordering aangemerkt wil hebben, kan de beslissing van den raad van justitie niet geacht worden juist te zijn en wel omdat zij gegrond is op eene met de bedoeling der wet strijdige toepassing van artt. 1 en 2 van Staatsblad 1867 no. 10.

De ratio legis van de Ordonnantie van gemeld Staatsblad en de daardoor gewijzigde artt. 4-en 181 Rechterlijke Organisatie is duidelijk, zooals trouwens de geschiedenis van die bepalingen ook aantoont, om aan de inlandsche personen van hoog aanzien, genoemd in art. 1 van dat Staatsblad, een forum privilegiatum toe te kennen en hen ten aanzien van alle mogelijke vervolgingen bepaaldelijk te brengen voor den raad van justitie, zoodat zelfs de geringere overtredingen, waarvoor Europeanen voor het residentiegerecht te recht staan, zoodra zij door in gemeld artikel aangeduide inlandsche grooten gepleegd zijn, door den raad van justitie berecht moeten worden.

Volgens die bedoeling der wet zullen dus de woorden van art. 8 van Staatsblad 1867 no. 10: de burgerlijke rechtsvorderingen en de strafvervolgingen, van welken aard ook, in den ruimsten zin moeten opgevat worden en wel in den zin van de rechtsvorderingen, van welken aard ook, welke voor den burgerlijken en voor den strafrechter aanbangig gemaakt moeten worden.

Brengt het prestige van de bedoelde inlandsche grooten mede, dat zij niet alleen voor de inlandsche rechtbank niet mogen te recht staan, maar zelfs niet voor den Europeeschen politierechter, dan zal de wet veel min gedoogen, dat de inlandsche rechtbank hem in een krankzinnigengesticht plaatst.