is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat dit behoort te worden verworpen, daar de daarbij aangehaalde wetsbepalingen verbindend zijn voor de raden van jnstitie over Europeanen en daarmede gelijkgestelden rechtsprekende, en mitsdien door hen, als rechter in hooger beroep over inlanders en daarmede gelijkgestelden rechtsprekende, niet kunnen worden geschonden of verkeerd toegepast;

Ten aanzien van het tweede middel,

dat dit mede behoort te worden verworpen, als zijn feitelijken grondslag missende, daar door den rechter niet is aangenomen, zooals daarbij gesteld is, dat de Moeara Lalam zoude zijn een zeeboezem aan de kust van de residentie Palembang, maar integendeel, dat die is gelegen in of binnen de residentie;

O. dat derhalve de eisch in cassatie moet ontzegd worden, terwijl er ook ambtshalve geene gronden daartoe bestaan ;

Gelet op de aangehaalde artikelen, art. 170 R. O., 313 en v. en 411 van het R. op de Strafv.;

Rechtdoende,

Ontzegt den eisch in cassatie;

Veroordeelt den requirant in de kosten daarop gevallen.

REVISIE.

(Derde Kamer).

Zitting van 27 September 1889.

Voorzitter: Mr. W. A. Engelrecht.

Cumulatie van verzwarende omstandigheden in

de kwalificatie van een misdrijf.

In de kwalificatie van een misdrijf mogen niet meer verzwarende omstandigheden opgenomen worden dan noodig zijn lot vor-