is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dienaangaande, dat de aan den beklaagde ten laste gelegde- handeling valt onder art. 43a, als een verzet met daden togen zijn meerdere, gepleegd gedurende de dienst, en strafbaar gesteld is bij art. 4-4 van het vooraangehaald schutterij-reglement, terwijl de kennisneming daarvan, volgens de slotalinea van art. 48 van betzelfde reglement, behoort tot de bevoegdheid van den krijgsraad van het corps schutterij te Menado;

dat toch hieraan niet obsteert de bepaling van art 51 van dat reglement, krachtens welke de beschuldigden, wanneer de vergrijpen tegen de krijgstucht met zoodanige verzwarende omstandigheden gepaard gaan, als bij de lijfstraffelijke wetten onder de misdaden worden gerekend, aan den gewonen rechter worden overgegeven, omdat de handeling, ware zij door een inlander en niet-schutter gepleegd, niet daaronder zoude vallen, maar slechts een overtreding zoude opleveren, en wel die bedoeld en strafbaar gesteld bij art. 230 van het Strafwetboek voor inlanders;

dat wel is waar in de thans vigeerende strafwetgeving geene bepaling van bet woord misdaden voorkomt, doch het niettemin geen twijfel lijdt dat onder die in art. 51 van het reglement voor de schutterij in de residentie Menado voorkomende uitdrukking geen overtredingen in den zin der thans van kracht zijnde Strafwetboeken kunnen zijn begrepen, daar dat artikel is overgenomen uit art. 56 van het reglement voor de schutterijen op Java (Staatsblad 1838 no. 22) en te dier tijde misdaden gesteld werden tegenover wanbedrijven en gewone overtredingen, gelijk o. a. blijkt uit art. 79 van het Provisioneel Reglement op de Crimineele Rechtsvordering bij het Hooge Gerechtshof en de raden van justitie (Staatsblad 1819 110. 20);

dat voor deze uitlegging ook pleit dat gemeld art. 56 kennelijk is ontleend aan art. 60 der wet van 11 April 1827 (Ned. Staatsblad 110. 17), betreffende de schutterijen in Nederland, en dat ook art. 1 van bet daar te lande toen nog vigeerend Wetboek van Strafrecht (Code Pénal) onderscheid maakte tusschen misdaden, wanbedrijven en eenvoudige overtredingen;

Gezien de aangehaalde artikelen, en de artt. 260 en v. en 411 van het reglement op de Strafv.;