is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BURGERLIJKE ZAKEN.

HOOGER BEROEP.

HOOG GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE, (Eerste Kamer).

Zitting van 13 October 1892 Voorzitter: Me. J. Sibenius Trip.

Dilatoire exceptie. — Art. 135 Rv. — Artt. 584 en 955 15. W. — Deelbare verbintenis. — Art. 1 296 15.

W. — Ontbindende voorwaarde. — Uitlegging van overeenkomst

Bewijslast.

l)e verwering dat de eischer vooralsnog geen recht van vorderen lieeft, omdat volgens huurcontract de gedaagde, zoo hij de van hem gevorderde huurpenningen op ultimo van zeker jaar niet kan voldoen, het ontbrekende in het volgende jaar kan verrekenen, is eene dilaloire exceptie, die volgens art. 1 35 Rv. voor de perernptoiren moet worden voorgesteld.

liet middel van het tardieve voorstellen dezer exceptie kan voor het eerst in appel voorgebracht en moet zelfs ambtshalve toegepast worden.

Ter bepaling van het aandeel aan elk der erfgenamen toekomend in de schuldvorderingen en schulden van den erflater is geen boedelscheiding noodig; de wel zelve verdeelt die tusschen de erfgenamen naar verhouding van ieders aandeel als erfgenaam.