is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar liet tnaketi van een dergelijke bepaling en het inachlnemen van voruien als bij dat artikel boedel, verschillen le handelingen zijn, die tot elkaar in hoegenaamd geen verband staan ; dat dus dit middel is ongegrond ;

O. ten aanzien het tweede middel,

dat de gedaagde ter terechtzitting van den landraad te Palembang van den 9 Jen Maart 1301 bij memorie van antwoord heeft verzocht, dat de behandeling der zaak zou le worden verdaagd tot dat er eene beslissing zoude zijn gevallen in da zaak aangebracht bij rekest no. 199/ 1890, maar dat hij op de daarop gevolgde terechtzitting van den 23sten Miart, toen dat verzoek aan de orde kwam, een nieuw verzoek gedaan heeft om de zaak nog twee maanden uit te stellen ten einde zich nader te verweren, en ter daarop gevolgde terechtzitting van den 24sten Augustus weder een verzoek om de zaak vier weken uit te stellen ;

dat hij vervolgens ter terechtzitting van den 2 Isten September d. a. v., toen de zaak ten gevolge van de optreding van een nieuwen voorzitter op nieuw werd behandeld, en zijne memorie van antwoord weder was voorgelezen, een verzoek tot verhoor van een getuige gedaan heeft en toen op de daarop volgende terechtzitting van den 12den October die getuige gehoord was, om vonnis heeft gevraagd;

dat tengevolge van die judicieele houding van den gedaagde, dat door hem bij memore van antwoord gedaan verzoek als vervallen kon worden beschouwd en daarop dus geen recht behoefde te worden gedaan;

dat dus dit middel is eveneens ongegrond;

Gezien de aangehaalde artikelen en de artt. 41 1 en volg. en 58 van het reglement B. Rv.;

Rechtdoende,

Verwerpt het door den requirant ingesteld beroep in cassatie; Veroordeelt hem in de kosten daarop gevallen.