is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„binnen den voorschreven termijn" in art. 134 Strafv. en art. 822 Inl. Hegl. Zeer rationeel, want is eenmaal een request afgewezen en kon men, met hetzelfde effect op nieuw gratie vragen dan zou men het in de hand hebben de executie te blijven opschorten. Derhalve schorst alleen het eerst ingediende request de tenuitvoerlegging. Daarna belet niets om remissie te verzoeken van nog te onderganen straftijd.

Gratie heeft alleen betrekking op de straffen, principale en accessoire; van de gemaakte gerechtskosten—die in Ned.-Indië duizenden kunnen bedragen terwijl eene boete van f 3 wordt opgelegd — kan geene gratie worden verleend omdat ze niet zijn eene straf. Min oordeelkundig ingestelde strafvervolgingen waarbij uit het oog wordt verloren dat het openbaar ministerie vervolgen kan maar niet altijd moet; min oordeelkundig oproepen van getuigen zijn soms oorzaak dat zich het zeker unieke verschijnsel voordoet dat niet de straf een veroordeelde treft, maar dat de gerechtskosten een gegratieerde in Ned.-Indië kunnen ruineeren.

Het is eene vaste traditie dat jaarlijks op den verjaardag des Konings, thans op dien der Koningin, op groote schaal door den gouverneur-generaal van het gratierecht wordt gebruik gemaakt. De beginselen waarvan bij het verleenen dier gratie wordt uitgegaan en de regelen daarbij in acht te nemen werden in 1867 en 1870 bij gouvernements-besluit vastgesteld l). Minstens drie maanden voor den geboortedag der Koningin doet de procureur-generaal door tusschenkomst van het hoog-gerechtshof voordrachten aan den gouverneur-generaal 2) Tot het doen dier voordrachten wordt de procureur-generaal in staat gesteld door

1; Zie Bijblad no. 2025 en 2381.

2) De kiem dezer bepaling ligt in de Publicatie van den G. G. van der Capelle opgenomen in Staatsblad 1825 no. 34 cfr. art. 7. Van toen af dagteekent de traditie der gratie op 's Koningsverjaardag. In Nederland doen de colleges van regenten over de strafgevangenissen jaarlijks de voordrachten aan den Minister van Justitie volgens Ned. Staatsblad 1886 no. 159, art. 72.