is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraagpunten blijkt — en derhalve vaststaat — dat appellant zich bereid heeft verklaard het certificaat van geintiineerde, die hem zulks aanbood, in ontvangst te nemen, mits geintiineerde al de kosten van het vorige en thans aanhangige proces betaalde, en daaruit voortvloeit, dat vermits die voorwaarden een onwettigen eiscli bevatten, daar appellant in de kosten van het eerste proces was veroordeeld, geintiineerde zich van toen af ontslagen zoude rekenen van de voldoening aan den eiscli ;

dat geintiineerde voorts, ter bestrijding van het principaal ap pel, in substantie heeft geavanceerd :

dat er geen aanleiding bestond om liet onderwerpelijke certificaat aan te vragen, daar dit alleen kon gedaan worden bij eigendomsovergang van het geheel of gedeelte van een onroerend goed tengevolge van erfenis ab- infestato onder de inlanders;

dat nu bij de acte van 15 November 1S90 no. 19 de daarin als verkoopers optredende personen wel verklaren, dat zij verkoopen de hun toekomende aandeelen in een perceel, verpondingsnummer 512, en zulks uitwijzens het priesterraadsvonnis van 22 Februari 1881, doch deze verklaring op eene vergissing berust, vermits bij dat vonnis geen sprake is van een perceelsgedeelte, maar van eenige geheele perceelen en bovendien de identiteit van het thans verkochte perceel met een der in het vonnis vermelde perceelen niet blijkt, terwijl ten slotte blijkt, dat de grenzen van het perceel, verpondingsnummer 512, zooals die opgegeven zijn in de verkoopacte almede verschillen van die vermeld in den meetbrief;

dat bijgevolg niet voldoende blijkt, dat de verkochte perceelsgedeelten uit den boedel van wijlen Hadjie Mohainat Sapar afkomstig zijn en, zoolang zulks niet vaststaat, het bij Staatsblad 1842 no. 17 bedoelde certificaat niet kan uitgereikt worden;

dat voorts het beweren van appel.ant, dat geintiineerde weigerachtig is het certificaat uit te reiken, is onwaar, hetgeen blijkt uit de navolgende toedracht der zaak :

A. dat geintiiueerde heeft geweigerd het hein door den thans appellant qq. aangeboden concept-certificaat, waarbij zoowel het daarin bedoeld advies van den Panghoeloeraad als