is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art. 28 al. 2 vermelde overtredingen, voorzoover zij te Makasser moeten worden berecht, krachtens art. 45 lo. a van meergemeld reglement ter kennisneming staan van den raad van justitie aldaar;

O. dat de Procureur-Generaal subsidiair heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis a quo, voorzoover de requirant is schuldig verklaard aan den sub 2 in de tweede plaats, 4, 5 en 6 ten laste gelegde overtredingnn, en wel op grond dat de rechter a quo, bij de bespreking daarvan overwegende, dat van de geneesmiddelen van L. Viennot, van de Pharmacie Griinault & Co. van Laroche, van llolloway enz, de heer de Waal te Soerabaja de bereider niet is, noch de agent der bovengenoemde Fransche en Engelsche bereiders, en dat de beklaagde, thans requirant, die geneesmiddelen niet heeft ontvangen van den bereider, onze Indische wettelijke bepalingen onjuist toepast, door alleen als bereider te erkennen de Indische of Nederlandsche geëxamineerde apothekers, en door te vorderen, dat men rechtstreeks de dépotmiddelen van den bereider ontvange, hetgeen art. 83 van Staatsblad 1882 no. 97 niet eischt, daar het alleen vordert, dat de dépotmiddelen, hetzij door tusschenkomende personen, hetzij rechtstreeks, afkomstig zijn van den oorspronkelijken fabrikant;

O. hieromtrent:

dat de rechter a quo, blijkens de overwegingen van zijn vonnis, de onder evengenoemde nummers van liet requisitoir van dagvaarding ten laste gelegde feiten daarom als overtredingen van art. 83 van voormeld Staatsblad heeft aangemerkt, omdat de daarbij vermelde geneesmiddelen — hoewel de namen der bereiders daarop mogen staan uitgedrukt — door den beklaagde van den heer D. de Waal te Soerabaja ontvangen waren, en deze in elk geval niet de hereider daarvan (of de agent of vertegenwoordiger van dezen) is, en ook die geneesmiddelen niet „ten verkoop" d. i. in commissie ontvangen, maar voor eigen rekening gekocht heeft;

dat hieruit blijkt, dat naar de opvatting van den raad van justitie te Makasser al. 2 le zinsnede van evengemeld art. 83