is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kiezen om inet hen de zaken te overleggen, en erkent het mede uitdrukkelijk, dat het lezen van grafgebeden en het opleggen van dwanghuwelijk functiën zijn, die op Gelebes door de imams worden verricht, niet op grond van eenig voorschrift van den Islam maar volgens het volksgebruik. Het somt overigens als werkzaamheden van den kali op: het afnemen van den eed, de bereddering van hem toevertrouwde inlandsche boedels en de administratie van boedels van weezen en vermoedelijk overledenen, vervolgingen wegens bezwangering van vrouwen, het overschrijden van de iddat en het schaken met onderling goedvinden; alsmede zijne verrichtingen bij huwelijken en echtscheidingen. Boedelscheiding daarentegen betreffende goederen door man en vrouw gedurende hun huwelijk verkregen wordt verklaard niet tot de competentie van de sarat, maar tot die van den landraad te behooren. Eindelijk draagt het aan de sarat op alle onderzoek naar het geloof, en het vaderschap, het verlijden van testamenten en het uitreiken van bewijzen daarvan, alsmede het viseeren van de reeds opgemaakte; ook het bekrachtigen en viseeren van onderhandsche overeenkomsten betreffende eene boedel verdeeling; en kent haar ook de bevoegdheid toe boeten op te leggen aan den man, die nadat dit hem door haar is opgelegd weigerachtig blijft, de door hem bezwangerde vrouw te huwen, en de vrouw, die de iddat schendt.

De laatste boete moet echter aan de politie worden ter hand gesteld.

In 1849 gaf de kali te Mangkasar blijkens eene andere mededeeling van Mr. N. echter zelf op, dat zijn werkkring bestond in het uithuwelijken van personen, die geen wali hebben; het beslissen van echtscheidingsgeschillen ; boedelverdeeling als men zijne tnsschenkomst inroept; geschillen over de huwelijksgift, het machtigen en ontslaan van de Imams, aangelegenheden van den godsdienst, zaken van overspel en verleiding van maagden. Merkwaardig is het zeker, dat zoowel hier als in het even besproken concept-reglement uitdrukkelijk wordt erkend, dat den kali alleen dan bemoeienis met de verdeeling van boedels toe komt, indien dit hem door de belanghebbenden wordt opgedragen ;