is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerbied aan zijnen rang verschuldigd benoemde men ook zijne woning.

Uit deze opvatting nu, die elk met gezag bekleed ambtenaar als een plaatselijk vorstje doet beschouwen, moet van zelve naar de boven ontwikkelde te dien opzichte bij die bevolking heerschende denkbeelden wel de meening zijn voortgevloeid, dat die ambtenaar dan ook daar alle rechtspraak in hoogste instantie bad uit te oefenen. En daarvan moet natuurlijk weder bet gevolg zijn geweest, dat van degenen, die zich met de uitspraak van den Mohammedaanschen priester in hunne zaken niet konden vereenigen, daarover steeds, geheel naar de volksgewoonte, de eindbeslissing van dien ambtenaar gingen inroepen.

Dat dit zich zoo zal hebben voorgedaan, mag reeds om het logisch verband noodzakelijk a priori worden aangenomen. Men vindt er echter ook in Mr. N's. onderzoekingen een voorbeeld van. Daarin komt toch eene van 7 Februari 1849 gedagteekende mededeeling voor van den gezaghebber van Bantaeng, waarin deze verklaart, dat van de vonnissen van den priesterraad aldaar een hooger beroep bij den vorst bestaat, dat derhalve, wanneer een der partijen met de uitspraak geen genoegen neemt, de priester de zaak bij den regent brengt, doch, wanneer het ook dezen niet gelukt de zaak te beeindigen, als dan de gezaghebber van de quaestie kennis neemt en daarin —. echter altijd in overeenstemming met den priesterraad — vonnis wijst. En blijkens de mededeelingen der regenten vanBatangmata en Tanette aan Mr. N. was het op het eiland Salaiara vroeger eveneens en is dit zelfs ten deele nog tegenwoordig het geval.

Tegen het geven nu van zulke beslissingen bestaan evenwel voor de besturende ambtenaren groote bezwaren, welke zich vooral zijn doen gaan gevoelen sedert zij in de laatste si0 jaren eene behoorlijke opleiding hebben ontvangen en daardoor met hunne bevoegdheden beter bekend zijn geraakt, terwijl bovendien door de snellere gemeenschap met Java zij zich om den wil der regeering heel wat meer zijn moeten gaan bekommeren dan vroeger wel het geval was In de eerste plaats het bewustzijn, wat vroeger bij de ambtenaren zonder opleiding, die van het Mo-