is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en derhalve alle die vorderingen gevoegelijk bij éénzelfde dagvaaarding hadden kunnen zijn aangebracht, zoodat, nu zulks niet is geschied en zij bij verschillende dagvaardingen zijn aangebracht, de voeging dier zaken, ten einde ze bij éénzelfde vonnis te doen beslissen, alleszins geoorloofd is, mits blijke dat bij de partijen in de zaken, bij welke voeging gevraagd wordt, daartegen geen bezwaar bestaat;

O. te dien aanzien, dat uit de overgelegde stukken blijkt, dat de 243 bovengenoemde eischers incidenteele conclusies hebben voorgedragen tot voeging, volkomen gelijkluidende met de ouderwerpelijke, terwijl gedaagde bij zijne conclusies van antwoord incidenteel uitdrukkelijk heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de gevraagde voeging, indien de rechter die toelaatbaar acht, zoodat hierdoor vaststaat, dat de partijen in de gedingen, bij welke de voeging der onderwerpelijke vordering wordt gevraagd, tegen die voeging geen bezwaar hebben;

O. dat derhalve de onderwerpelijk gevraagde voeging zou kunnen worden toegestaan, ware zij gevraagd op eene zoodanige wijze, dat de toewijzing der incidenteele conclusie werkelijk eene vereenvoudiging der processen zou ten gevolge hebben;

O. echter dat de voeging, zooals thans door den incidenteelen eischer is voorgesteld, practisch onuitvoerbaar is;

dat toch onderwerpelijk niet wordt gevraagd de voeging eener vordering bij eene andere, zoodat beide vorderingen als vormende één geding worden behandeld en bij één en hetzelfde vonnis worden beslist doch de voeging van eene vordering bij 243 geheel op zich zelf_staande vorderingen;

dat immers zoodanige voeging noodwendig moet meebrengen dat de onderwerpelijke vordering 243 malen wordt behandeld, terwijl ook de 243 zaken zoolang zij nog geheel op zich zelf staan en nog riet bij elkaar zijn gevoegd, ook niet gelijktijdig kunnen worden behandeld en bij één en hetzelfde vonnis worden beslist ;

O. dat hiertegen niets afdoet, dat een gelijk verzoek, als het onderhavige door de in den incidenteelen eisch opgenoemde 243 eischers is gedaan, daar toch, zoolang die verschillende