is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat pakje met koffie overbracht, waarop hij ze dooreenmengde en dat pakje met koffie weer denzelfden vorm gaf als te voren;

dat beklaagde dat pakje weer aan zijne medebeklaagde overgaf, zeggende, terwijl hij haar kindsnaam bezigde: „Saidan, djangan loe tida bawa inie; kaloe loe tida bawa loe tida béla goewa (Saidan, ge moet niet vergeten dit mede te nemen ; als ge dit niet meeneemt, dan meent ge het niet goed met me); en voorts: kaloe loe sampe di Moeara Petjo, bilang goea ada di Batavia kaloe orang tanja" (wanneer men te Moeara Petjo naar mij vraagt, zeg dan dat ik te Batavia ben);.

dat beklaagdes medebeklaagde het pakje, dat zij van beklaagde had teruggekregen, meegenomen heeft in de prauw, waarop zij, getuige, met haar naar Moeara Petjo is geroeid;

dat beklaagdes medebeklaagde, toen zij bij den vijver van Boengsan gekomen Kalba ontmoetten, aan deze vroeg: „apa kenal orang namaja si Narwan" (kent ge zekeren Narwan), waarop Kalba antwoorde „di Moeara Petjo ada orang naraanja si Narwan" (te Moeara Petjo is een persoon, die Narwan heet);

dat beklaagdes medebeklaagde haar, terwijl de door Rawie meegebrachte koffie nog werd gezet, in het binnenhuis van Moertie tot zich riep en haar waarschuwde om niet van die koffie te drinken, zeggende: „sebab loe soeda taoe ada tjampoerannja, djoega djangan loe minoem dari gendie, minoem dari tempajan sadja" (omdat gij immers weet dat er iets in de koffie gemengd is; drink ook niet uit de gendi, maar drink uit de martevaan);

dat kort na het drinken van de koffie al de personen, die daarvan gedronken hadden, ongesteld werden en begonnen te braken ;

dat Moertie aan beklaagdes medebeklaagde vroeg: „Rawie goea doeraka apa loe ratjoenin" (Rawie wat heb ik misdaan, dat gij mij vergiftigt) waarop Rawie antwoordde: „ik heb de koffie gekocht in de warong" en haar getuige, verzocht onmiddelijk mede terug te gaan ;

dat Rawie onderweg tot haar heeft gezegd : „goea maoe kenain si Narwan, kena semoeanja loe soeda taoe sekarang tapi dijem sudja." (Ik wilde alleen Narwan treffen, en nu heb ik allen getroffen, nu weet ge het maar zwijg);