is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegde geldboeten in gijzeling zal kunnen worden gehouden, die verschillende boeten heeft te zamen geteld, en daarna den duur der gijzeling naar den bij de 2de alinea van art. 329 van het zoogenaamde Inlandsch Reglement aangegeven maatstaf over haar totaal heeft berekend;

O. dat dit in strijd is met de bedoeling van' voornoemde wetsbepaling, die blijkbaar wil dat de berekening zal geschieden naar elke opgelegde boete;

O. dat daarenboven ook niet door den landraad, gelijk de aangehaalde wetsbepaling eischt, is bepaald op welke wijze de lijfsdwang eventueel zal moeten worden ondergaan, in gevangenis of in dwangarbeid buiten den ketting;

O. dat de landraad derhalve gemeld art. 329 van het Inlandsch Reglement in deze verkeerd heeft toegepast en zijn vonnis mitsdien ten deele behoort te worden vernietigd;

Gelet op de aangehaalde wetsbepaling en de artt. 303 sqq. en 411 van het Reglement op de Strafvordering en 352 sqq. van het zoogenaamd Inlandsch Reglement;

Rechtdoende:

Vernietigt. ambtshalve het door den landraad te Kraksaiin op den 26sten Juni 1893 in de zaak van den requirant gewezen vonnis, voor zoover de tijd, gedurende welken deze bij wanbetaling der hem opgelegde geldboeten in gijzeling zal kunnen worden gehouden op twee maanden en acht dagen is bepaald;

Bepaalt dat de beklaagde Tjan Gwan Djin bij wanbetaling der hem opgelegde geldboeten bij wijze van lijfsdwang dwangarbeid buiten den ketting zal kunnen ondergaan gedurende één dag voor elke verschuldigde en niet betaalde boete;

Handhaaft het vonnis overigens;

Veroordeelt den beklaagde in de kosten in cassatie gevallen.