is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Raadkamer van 23 Augustus 1893.

Voorzitter: Mr. M. C. Piepers. Raadshee ren: Mrs. J. H. J. Schneider en J. D. Peereboom Vollek.

Inlandscjie officieren van justitie. — Voorziening in

geval van afwezigheid, belet of ontstentenis.

Vervanging van art. 62, al. 4 R. O. door art. 36 der Instructie voor de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera, Staatsblad 1867 no. 114.

Art. 62 al. 4 11. 0., bepalende dat in de daarbij aangegeven gevallen de functien van het openbaar ministerie bij eene inlandsche rechtbank door den president tijdelijk aan een lid van die rechtbank zullen worden opgedragen, bedoelt niet een voorziening alleen voor den dienst ter terechtzitting, v aar een opdracht van die functien in haar vollen omvang.

Rit is evenzeer het geval, waar het hoofd van gewestelijk bestuur krachtens art. 36 zijner instructie in geval van overlijden, ziekte of andere wettige verhindering van een djaksa, tijdilijk in de vervulling van diens functien voorziet,

liet bepaalde bij laatstbedoeld artikel is mitsdien onvereenigbaar met art. 62 vd-.

Als gelijke vcrbindbare kracht bezittende, doch van latere dagteekening zijnde, moet voormelde instructie op dit punt geacht worden art. 62 al. 4 R. O. te hebben vervangen.

Hiertoe doet niet af, dat die instructie bij koloniale ordonnantie en laatstsbedoeld artikel bij koninklijk besluit is in hel leven geroepen.

HET HOOG-GERECIITSHOF VAN NEDERLANESCïI INDIE,

Gezien de stukken van het gerechtelijk onderzoek in de zaak van den beklaagde Tirtabesari en het in die zaak op 27 Juni 1893 door de Rechtbank van Omgang te Poerwokerto gewezen