is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat de beklaagde, thans appellant, te bekwamer tijd van het tegen hem gewezen vonnis is gekomen in hooger beroep;

O. dat den beklaagde, thans appellant, bij introductieve klacht van 1 April 1893, opgemaakt door den adjudant-onderofficier van het subsistentenkader te Soerabaja, Tak, is ten laste gelegd, dat hij, op 29 Maart 1893 des namiddags omstreeks 2 ure, met nog meer andere manschappen door den inlandschen sergeant Sadio van het subsistentenkader te Soerabaja naar het spoorwegstation geleid zijnde om met den trein naar Malang te vertrekken, den last van dezen en van den inlandschen sergeant "Wongsopawiro van het 3e depotbataljon te Malang, om met den trein te vertrekken, niet heeft opgevolgd, doch zich heeft verwijderd met de woorden „als mijne huishoudster niet mee „mag, vertrek ik ook niet; ik zal eerst met den plaatselijken „commandant spreken";

O. dat uit het gerechtelijk onderzoek, naar aanleiding dezer klacht gehouden, rechtens is bewezen, dat de feiten zich hebben toegedragen, zooals in de klacht is vermeld, maar tevens, dat de beklaagde zich van het station heeft verwijderd om naar het bureau van den plaatselijken kommandant te gaan, met toestemming van den sergeant Wongsopawiro en begeleid door den sergeant Sadio;

O. dat de krijgsraad dientengevolge den beklaagde, thans appellant, bij vonnis van 23 Juni 1893 heeft sohuldig verklaard aan „het als minder militair uitdrukkelijk weigeren en opzettelijk nalaten de orders van dengene, die boven hem gesteld is te gehoorzamen of na te komen in eene andere gelegenheid dan in een affaire tegen den vijand of in een plaats welke dadelijk belegerd of berend is, onder verzachtende omstandigheden en hem te dier zake straf heeft opgelegd;

O. dat echter deze beslissing is onjuist, daar het den beklaagde, thans appellant, bij introductieve klacht van 1 April 1893 ten laste gelegde, niet valt onder art. 95 van het Crimineel Wetboek voor het krijgsvolk te lande, doch onder art. 10 van het Reglement van Krijgstucht of discipline voor het krijgsvolk te lande van de vereenigde Nederlanden;