is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

later op zijne aanwijzing door den Rechter-Co mmissaris de been. deren, die /au het kind waren overgebleven, zijn teruggevonden ;

O. dat de getuige Katidja deze getuigenis heeft bevestigd door ter terechtzitting onder eede te verklaTen, dat op een zekeren a'ond, twes maanden na de bevalling van Mevrouw S., logementhoudster te 13. wier man kort na die bevalling naar Europa was vertrokken, des avonds om tien a half elf uur, toen zij, hulpkokkin, zich bevond in de kamer van de kokkin Srie, slechts weinige passen verwijderd van de badkamer, de huisjongen Karioseraito daar is gekomen, vergezeld van den tuinjongen Sidin met een pak, dat zooals hij zeide een kind moest bevatten, dat hij op last van beklaagde moest begraven, die daarvan denzelfden avond was bevallen;

dat bij het lampje in de kamer aanwezig en dat op den grond werd gezet het pak bleek te bestaan uit een sarong, haar bekend als het eigendom van beklaagde, met de vier punten over elkaar gevouwen, welke door Kariosemito werd geopend, waardoor zichtbaar werd een dood pasgeboren kind met blond haar, dat met den buik op de nageboorte lag;

dat- het kind iets om den hals had, dat op de navelstreng geleek, doch dat zij het kind toen heeft omgekeerd en gezien,' dat, ofschoon de navelstreng niet was afgesneden, het kind (van het mannelijk geslacht) daarvan geheel vrij lag, dat echter om den hals was gebonden een stuk oedet (buikband) van voren aan den strot dichtgeknoopt en zoo sterk aangehaald, dat toen zij den knoop losmaakte eene verkleurde groeve, donkerder nog dan het gelaat, zichtbaar werd, het duidelijkst te zien op de plaats, waar die knoop zich had bevonden, omdat zelfs de indruk van dien knoop duidelijk zichtbaar was;

dat zij den bedoelden band niet heeft weggenomen, omdat zij dadelijk geweld vermoedde en het daarom wenschelijk vond geen verder onderzoek te doen ;

dat zij echter zeer stellig heeft waargenomen, dat het kind, grooter dan een pasgeboren inlandsch kind, dood was, ofschoon nog niet geheel verstijfd, dat het gelaat was opgezet, donker paarschblauw gekleurd, — eene nuance door getuige ter terecht-