is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J. S. te B. is bevallen van een kind van het mannelijk geslacht en dat kind moedwillig van liet leven heeft beroofd, terwijl zij was ongehuwd en nimmer te voren wegens kindermoord veroordeeld, waardoor zij zich heeft schuldig gemaakt aan het misdrijf van kindermoord voor de eerste maal door de ongehuwde moeder gepleegd, een misdrijf bij art. 215 juncto 218 van het Wetboek van Strafrecht voor de Europeanen strafbaar gesteld met tuchthuisstraf van 5 tot 20 jaar;

Gelet op de aangehaalde wetsbepalingen, op den IVden Titel en art. 411 van het Reglement op de Strafvordering voor de radeu van justitie op Java enz.;

Rechtdoende:

Verklaart de inhoofde dezes nader aangeduide beklaagde schuldig aan kindermoord voor de eerste maal door de ongehuwde moeder gepleegd;

Veroordeelt haar deswege tot de straf van tuchthuis voor den tijd van vijf jaren ;

Verwijst haar nog in de kosten van het rechtsgeding;

Gelast dat de beenderen, welke als stukken van overtuiging hebben gediend, zullen worden teruggegeven aan den ambtenaar van het Openbaar Ministerie, ten einde die op behoorlijke wijze te doen begraven.

VERSLAG VAN DEN DESKUNDIGE D e . P. A. C. K. KOEFOED.

Gevolg gevende aan eene opdracht van den President van den raad van justitie te Soerabaja zal ik ondergeteekende Dr. P. A. C. K. Koefoed arts, particulier geneesheer te Soerabaja mijne uitlatingen voor dien raad als deskundige in zake . . . . wat nader toelichten.

Vooral zal ik, zoo goed als de zeer korte tijd mij zulks toelaat, de redenen opgeven waarom ik meen te kunnen beweren, dat indien het aangenomen wordt, dat het lijk met een opvallend blauwrood gelaat en met een vast aangetrokken strik om