is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konden worden aangemerkt en als zoodanig een jus standi in judicio hadden. Dat deze vraag voor Sumatra's Oostkust niet van practiscli belang is ontbloot, zal men moeten toestemmen, wanneer men weet, dat de kedehs aldaar als paddestoelen uit den grond verrijzen.

Eenige Chineezen vereenigen zich namelijk tot het drijven van handel, meestal eene winkelneering en dat wel onder een naam, welke niet hun eigen naam is, maar door hen gekozen wordt ter aanduiding van den winkel, waarin de handeling plaats vindt, of wil men liever, van de kongsie door welke onder die aangenomen benaming of wel onder dat merk wordt handel gedreven.

Nu wordt in den regel door de verschillende deelgerechtigden of geldschieters niet bekend gemaakt, welke personen tot die kongsie behooren, doch wordt meestal een hunner in den winkel gezet en met het beheer daarvan belast, door wien dan ook de verschillende transacties met het publiek worden gesloten.

Doordat echter het groote publiek vooral dat der Chineezen in den regel wel van ter zijde weet, welke andere personen in zoodanige kongsie betrokken zijn, is het ook gewoon daarnaar het crediet af te meten, hetwelk zij bij het doen van leveranties aan zoodanige kedehs meenen te kunnen schenken. Zoo lang nu de zaken goed gaan, levert dit geen bezwaar. Nu heeft zich echter reeds herhaaldelijk het geval voorgedaan, dat de beheerder der kedeh of zoogenaamde taukeh, wanneer de zaken minder goed gingen, zich met de gerealiseerde waarden in de kedeh naar de Straits uit de voeten maakte. En wanneer alsdan de schuldeischers de overige deelgerechtigden in de kedeh of zoogenaamde stil'e vennooten, met het oog op wie zij aan de kedeh leveranties op crediet hadden durven doen, tot betaling aanspraken, dan luidde meestal het antwoord, dat zij met die kedeh niets hadden uit te staan, maar alleen de taukeh, niet wien zij gehandeld hadden de aansprakelijke persoon was.

Niet zelden gebeurde het ook dat de persoon, die den winkel exploiteerde, slechts zetbaas was, en wegens oneenigheid met den elders verblijf houden eigenaar er van door ging, alles in den steek latende.