is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HEr HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH INDIE,

Gelezen het rekest, gedagteekend Batavia 24 Augustus 1893 van den Advocaat en Procureur Mr. Ch. A. Hennij, ten deze handelende voor en namens den arabier Scch Oemar bin Joesoef Mangoes, handelaar wonende te Batavia, daarbij in appel komende van eene beschikking van den raad van justitie te Batavia ddo. 11 Augustus 1893, waarbij het verzoek van H. D., weduwe van den heer J. A. van H., wonende te Batavia, om ontslag uit de gijzeling, waarin zij is gesteld op last van adressants principaal, is toegestaan en gelast is, dat zij onmiddellijk uit die gijzeling zal worden ontslagen, met verzoek om 's raads beschikking, waarvan appel, te vernietigen en doende wat de raad had behooren te doen, alsnog de requestrante met haar verzoek niet ontvankelijk te verklaren dan wel haar dat te ontzeggen;

Gezien de stukken, waaronder het ter voldoening aan 's Hofs schrijven ddo. 2 September 1893 no. 555/4096 aan het College gerichte request van voornoemde H. D., gedagteekend Batavia 12 September 1893;

O. dat bij dat request de ontvankelijkheid van het ingesteld hooger beroep wordt bestreden:

lo. omdat het recht daartoe aan den zich verzettenden schuldeischer van den uit de gijzeling ontslagen gefailleerde bij de wet niet is toegelaten;

2o. omdat, indien hem dat recht toekwam, hij zijn hooger beroep bij dagvaarding aanhangig had behooren te maken;

O. ten aanzien van het eerste middel van niet ontvankelijkheid :

dat uit de algemeene bewoordingen, waarin de eerste alinea van art. 341 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering is vervat, moet worden afgeleid, dat het hooger beroep van beschikkingen altijd is toegelaten, tenzij voor een speciaal geval anders is bepaald; en

dat zoodanige speciale bepaling voor beschikkingen als be. doeld bij art. 877 van het Wetboek van Koophandel ontbreekt;