is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teekening van het vonnis of van eenige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende acte aan den veroordeelde in persoon, of na het plegen door dezen van eenige daad, waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging hem bekend is;

dat de beteekening van liet onderwerpelijk arrest van 9 Juni 1892 heeft plaats gehad op 10 September 1892 en de termijn van verzet derhalve verliep op 10 October daaraanvolgende, zoodat het bij dagvaarding van den 5den November daaraanvolgende ingesteld verzet tegen dat arrest niet binnen den wettelijke!) termijn heeft plaats gehad en opposant bij gevolg inet dat verzet niet ontvankelijk is;

Gelet op de aangehaalde wetsbepaling, zooals zij is gewijzigd bij Staatsblad 1889 no. .31 in verband met Staatsblad 1893 no. 160 en art. 58 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering ;

Rechtdoende in verzet:

Passeert het subsidiair aangeboden getuigen bewijs.

Verklaart den opposant niet ontvankelijk met het door hem gedaan verzet.

Veroordeelt hem in de kosten dezer instantie.

CASSATIE.

(E erste K amer).

Zitting van i December 1893.

Voorzitter: Mr. .1. Sibsniüs Trip.

Art. 134 Tnd. Regl. — Artt. -30 en 31 R. O. — Vergelijk.— Gronden waarop de uitsptaak berust.