is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het door den raad van justitie te Semarang, in hooger beroep van een vonnis van den landraad te Poerworedjo van 31 Juli 1893, op 14 October daaraanvolgende gewezen vonnis in de overtreding zaak van de Chineesche vrouw O Tjian Nio, oud 42 jaren, geboren in de dessa Pingit, afdeeling Temanggoeng, Residentie Kedoe en wonende in de chineesche kamp ter hoofdplaats Poerworedjo, Residentie Bagelen, zonder beroep, waarbij het appel is te niet gedaan, het vonnis, waarvan appel is bekrachtigd, dit vonnis niettegenstaande cassatie, wat de opgelegde geldboete betreft, uitvoerbaar is verklaard bij voorraad en de beklaagde is verwezen in de kosten van het appel;

Gezien het deurwaarders exploit van 26 October 1893, waarbij dit vonnis in hooger beroep aan de beklaagde is beteekend;

Nog gezien het afschrift der acte, waaruit blijkt dat de beklaagde op 8 November daaraanvolgende cassatie van dat vonnis heeft aangeteekend;

Gelezen de namens den Procureur-Generaal door den Advocaat-Generaal Mr. Ch. H. Nieuwenhuijs ingediende conclusie, gedagteekend Batavia, 7 December 1893, en strekkende tot ontzegging van den eisch in cassatie met veroordeeling van de requirante in de kosten van het geding;

Gehoord het rapport van den raadsheer Mr. G. H. Lowe;

Gezien de stukken;

O. dat onderwerpelijk tempore utili cassatie is aangeteekend, met inachtneming van den daarvoor bij de 2de alinea van art. 359 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement gestelden termijn;

O. dat echter eerst op den 16den Decemher 1893 namens de beklaagde eene memorie van cassatie, gedagteekend van 10 December te voren, ter griffie van het Hof is ingediend, dat is dus niet ter griffie van het rechterlijk college, dat het vonnis, waarvan cassatie, wees en langen tijd nadat de daartoe bij art. 361 van hetzelfde Reglement bepaalde termijn reeds was verstreken;