is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BURGERLIJKE ZAKEN.

HOOGER BEROEP.

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE.

(Eerste Kamer).

Zitting van 31 Mei 1894.

Voorzitter: Mr. J. Sibenius Trip.

Ontvankelijkheid van iirt appèl indien niet alle eisciiers in appèl zijn gekomen. — Aansprakelijkheid van een nieuwen President van een als rechtspersoon erkend

begrafenisfonds voor de nalatigheden van den vorigen President in diens hoedanigheid gepleegd.— Artt. 1655 en 1656 Burg. Wetb. Aansprakelijkheid van de bestuurders van een

zedelijk lichaam. kracht der statuten. — Handelingen der bestuurders

in strijd met die statuten.

Inilien slechts eenige eisciiers, leden van een als rechtspersoon erkend Begrafenisfonds, in hooger beioep zijn gekomen, terwijl eenige anderen berusten of na aangeteekend hooger beroep weder terug treden, blijft het appel van de eersten ontvankelijk.

Een als rechtspersoon erkend Begrafenisfonds is een zedelijk lichaam.

Be nieuw gekozen President van een zoodanig fonds blijft aansprakelijk voor de nalatigheden van zijn voorganger in diens

lxiii. 33