is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ingestelde vordering niet kan opgaan, daar voor partijen in dit „geding geen wetsvoorschrift bepaalt, dat de eene vennoot om zijn „aandeel te erlangen geene actie tot rekening en verantwoording „tegen den anderen mag instellen, enz.", houdt dat vonnis de gronden in waarop het berust en behoeft de rechter geene wettelijke bepalingen te vermelden, omdat die uitspraak niet op stellige wetsvoorschriften gegrond is.

Al is het aangevoerd cassatie middel juist, dan kan dat toch nimmer tot vernietiging der beslissing leiden, indien er een rechtsgrond voor die gewraakte beslissing overblijft, voldoende om haar stand te doen houden.

De chineesche vrouw Tan Pin Seh, weduwe van den chinees Lim Tong en de chineezen Lim Pik Hok en Lim Tooi, allen wonende te Tandjong Pinang (Riouw), requiranten van cassatie, eompareerende bij den Adv. en Proc. Mr. Th. A, Ruijs,

contra

De chineesche vrouw Oei Kim. So, weduwe van den chinees Tjioe Tjong Ping, handelaarster, wonende te Tandjong Pinang, gerequireerde in voorschreven cas, eompareerende bij den Adv. en Proc. Mr. Ch. A. Henny.

HET HOOG-GERECHTSHOF "VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het vonnis door den Raad van Justitie te Batavia (2e Kamer) den löden Juni 1893 gewezen en den 4den Juli daaraanvolgende uitgesproken, tusschen de thans requiranten van cassatie als appellanten en de thans gerequireerde als geintimeerde, in hooger beroep van het vonnis van den Landraad te Tandjong Pinang van den 30sten April 1890, waarbij beslist is dat het gezegeld chineesch geschrift, bevattende de tusschen Tjioe Sim Ho alias Tjioe Tjong Ping en Lim Tong gesloten handelsovereenkomst, zooals dat in hooger beroep is overgelegd, als bewijsmiddel in het geding wordt toegelaten; aan de geintimeerde, thans gerequireerde, hare vordering gedeeltelijk is toegewezen; de appellanten, thans requiranten, veroordeeld zijn om binnen dertig dagen na den dag, waarop het vonnis kracht van gewijsde zal hebben verkregen, ten overstaan van den Landraad, aan