is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonnis in de overtredingzaak van den Chinees Liem Sie Hoei, oud 59 jaren, geboren te Intjoen in China en laatstelijk woonachtig te Makasser, van beroep handelaar, waarbij met verwerping van het appèl 's Landraads vonnis voormeld is bekrachtigd, wettig en overtuigend bewezen is verklaard, dat de beklaagde, zonder pachter van het recht tot den verkoop van opiutn in het klein, aan dezen ondergeschikt of dienaar van het Gouvernement van ambtswege handelende te zijn, op den 30sten November 1893 des voormiddags, komende via Amboina van Makasser en met bestemming naar Gisser (Gerara) als passagier aan boord van het Stoomschip „Campliuijs" van de Koninlijke Paketvaart-Maatschappij, onmiddellijk na aankomst van dit schip op de ankerplaats tusschen de eilanden Groot-Banda en BandaNeira in zijn bezit heeft gehad zes en een halve thail en twee tjie bereide opium, welke niet van den pachter van het recht tot den verkoop van opium in het klein in de afdeeling Banda afkomstig was, is verklaard dat dit feit noch misdrijf, noch overtreding oplevert, de beklaagde te dier zake is ontslagen van alle rechtsvervolging en het Land is veroordeeld in de kosten der beide instantiën, met last dat de beklaagde, wanneer de termijn om cassatie aan te teekenen onbenut is voorbijgegaan, onmiddellijk op vrije voeten zal worden gesteld, ten ware hij °m andere redenen in hechtenis behoort te blijven en met bevel tot teruggave der als stukken van overtuiging gediend hebbende voorwerpen aan den eigenaar of daarop rechthebbende;

Gezien het afschrift der acte, waaruit blijkt dat de Officier va 't Justitie bij den Raad van Justitie te Makasser op den 7den Mei 1894 van dit vonnis cassatie heeft aangeteekend en het deurwaarders-exploit van den i 2den Mei daaraanvolgende, waarbij dit aan den beklaagde voornoemd is beteekend;

Gelezen de namens den Procureur Generaal door den AdvocaatGeneraal Mr. A. Dull gediende conclusie van den 19den Juni 1894, houdende Jat het Hoog-Gerechtshof met vernietiging van het vonnis van den Raad van Justitie te Makasser ddo. 28 April 1894, den 5den Mei daaraanvolgende uitgesproken, den beklaagde voornoemd zal schuldig verklaren aan eene overtreding