is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan feitelijke insubordinatie te spreken, het trekken van het geweer tegen een meerdere alleen dan als zoodanig strafbaar is, wanneer de dader tevens den wil heeft, om zijn meerdere aan te vallen, terwijl de appellant er zich toe heeft bepaald hem op zekeren afstand daarmee te dreigen, waartegen bij art. 99 van het Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te Lande is voorzien;

O. dat de Krijgsraad niettemin den appellant, tevens gedaagde a minima, eene straf heeft opgelegd in juiste verhouding tot de graviteit der door hem gepleegde strafbare handeling, weshalve het vonnis wat de kwalificatie betreft verbeterd, doch voor het overige, als wel en terecht gewezen, behoort te worden bekrachtigd;

Celet op de in het vonnis en hierboven aangehaalde wetsbepalingen, zoomede op de artt. 50 en 58 van 's Hofs Provisioneele Instructie ;

Rechtdoende :

In naam en van wege de Koningin!

Ontvangt het appèl.

Wijst ook den eisch a minima ten deele toe.

Verklaart den appellant tevens gedaagde a minima schuldig aan : „insubordinatie door gebaren" en „het plegen van gewelddadigheden tegen een agent van de openbare macht in de waarneming zijner bediening".

Bekrachtigt overigens het vonnis.

herwijst den appellant, tevens gedaagde a minima, in de in appèl gevallen kosten en misen der Justitie, mitgaders in die van den processe.

SENTENTIE INCIDENTEEL.

Raadkamer van 8 Augustus 1894.

Voorzitter: als voren.

Artt. 50, 51 v. v. en 58 Pitov. Instuciie.— Appèl van

eindvonnissen en dispositien.

Rij art. 58 van 's Hof Provisioneele Instructie is verstaan, dat b] het Iloog-Militair-Gerechtshof bij provisie en totdat daarin LXIII. ' 40