is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de beklaagde, L. P., Alg. Stb. No. 3 1 8.37, Europeesch fuseleer der 1ste mobiele kolonne van bet Garnizoens-Bataljon van Suiuatra's Oostkust te Medan, gedurende het verder onderzoek zijner zaak op vrije voeten zal worden gesteld;

Gelezen de, naar aanleiding van 's Hofs resolutie van drie Augustus jl. No. 5, waarbij de Advokaat Piskaal is geautoriseerd om, in het belang der Hooge Overheid, te provoceeren aan den Hove, gediende memoiie van negen en twintig Augustus jl., waarbij wordt geconcludeerd: tot bevestiging van de dispositie van den Krijgsraad te Weltevreden ddo. drie-en-twintig April 1800 vier-eu negentig voornoemd;

Nog gelezen de, namens den geappelleerde, op een en-twintig November jl. gediende conclusie van antwoord in appèl, waarbij wordt gerefereerd aan 's Hofs prudentie;

O. dat de Krijgsraad, blijkens extract uit de notulen van zijne vergadering van drie-en-twintig April jl., in zake bovengenoemden P., na te hebben beslist dat de zaak als voldongen kan worden beschouwd, heeft besloten den beklaagde schuldig te verklaren aan: „dienstweigering, door het als minder militair uitdrukkelijk weigeren en opzettelijk nalaten een order van een superieur na te komen, in eene andere affaire dan tegen den vijand of in eene plaats, welke dadelijk belegerd of berend is, onder verzachtende omstandigheden", en hem deswege te veroordeelen tot de straf van militaire detentie voor den tijd van vier maanden en voorts, niettegenstaande de Auditeur-Militair den Krijgsraad herinnerde aan 's Hofs circulaire, waarbij J s Hofs uitlegging van de desbetreffende artikelen van de Rechtspleging bij de Landmacht wordt medegedeeld, heeft beslist oin beklaagde, gedurende het verder onderzoek der zaak, op vrije voeten te stellen, zijnde hij dan ook, blijkens aanteekening aan het hoofd van 's Krijgsraads vonnis in deze zaak op gemelden datuin gewezen, onmiddellijk op vrije voeten gesteld ;

O. dat 's Krijgsraads dispositie voornoemd, als niet gegrond op de wet, behoort te worden vernietigd;

O. toch, dat art. 160 der Rechtspleging bij de Landmacht uitdrukkelijk bepaalt, dat, wanneer een beklaagde een onder-