is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaard, dat hij, woedend geworden door de beleedigande uitdrukkingen door haar tegen hem geuit, haar slagen heeft toegebracht en haar den tweeden en volgende slagen eerst heeft toegebracht, nadat hij zijne bezinning had verloren en mata glap was geworden en dus niet in koelen bloede heeft gehandeld, zooals hem was ten laste gelegd ;

O. dat de appellant derhalve niet in volledige confessie is ten aanzien der omstandigheden, waaronder hij het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en hij mitsdien te recht tot het appèl is toegelaten ;

O alsnu ten aanzien der zaak zelve: enz.;

Gelet op, enz.;

Rechtdoende :

In naam en van wege de Koningin !

Verwerpt eerst en vooraf de door den geappelleerde R. O. voorgestelde exceptie.

En in de hoofdzaak :

Doet te niet het appèl.

Enz.

RECHTSPRAAK

VAN DEN

HOOGEN RAAD DER NEDERLANDEN.

Kamer van Burgerlijke zaken.

Uit de bepaling van art. 1 der wet van 26 Mei 1849 Stbl. No. 24, dat de pensioenen en gagementen van de Zee- en Landmacht onvervreemdbaar zijn — d.i. onvatbaar om aan anderente worden overgedragen — volgt niet dat de termijnen die, terwijl de titularis in staat van faillissement, verkeert, opvorderbaar worden, niet zouden behooren tot de baten van zijn boedel.