is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1238 Burg. Wetb. — Mora ex re — Bewoordingen der overeenkomst.

Uit het bepaalde bij art. 1238 van het Burg. Wetb. volgt niet, dat, voor het bestaan van mora ex re, in de overeenkomst uitdrukkelijk de woorden moeten worden opgenomen, dat de schuldenaar in gebreke zal zijn door het enkel verloop van den bepaalden termijn; maar volgens die bepaling is het voldoende, indien uit de bewoordingen der overeenkomst de bedoeling van partijen duidelijk blijkt, dat de schuldenaar slechts aan zijne verplichtingen kan voldoen tot aan den vastgestelden termijn, en niet meer na dien tijd.

Tusschen partijen in de schriftelijke acte overeengekomen zijnde, dat de levering door een der partijen moet plaatshebben van half November 1891 tot ultimo April 1S92, op welken datum finaal moet worden afgerekend, dan bestaat er mora ex ra, indien op laalstgemelden datum de overeengekomen levering niet geheel heeft plaats gehad 332

Toevoeging van nieuwe middelen van verdediging bij pleidooi. Gronden bij het vorderen van vergoeding der schade door onrechtmatige daad veroorzaakt.

Bet is niet geoorloofd de door pleidooibepaling gesloten instructie der zaak door toevoeging van nieuwe middelen van verdediging bij pleidooi uit te breiden.

Bij het vorderen van vergoeding der door onrechtmatige daad berokkende schade doet het tot de beslissing der zaak niets af, of die beweerde onrechtmatige daad beeft bestaan in stoornis in het zakelijk recht van bezit, dan wel in aantasting van een bij overeenkomst bedongen en alzoo persoonlijk recht.

Waar het recht zelf, waarop men zich beroept, niet bewezen is, kan van toelating tot het bewijs van bestendiging van dat beweerd recht geen sprake zijn 337

Aansprakelijkheid van vennooten tegenover derden. — Art. 1042 Burg. Wetb. — Niet-erkenning der handteekening van dengene dien men vertegenwoordigt. — Art. 1870 Burg. Wetb.

Waar bij het associatie contract aan de beide vennooten een beheer is toegekend, dat bestaat in het koopen en verkoopen van handelsgoederen en hot afgeven van handelspapier, ligt in dat beheer alleen reeds de bevoegdheid opgesloten om door dien aankoop en die afgifte elkander ook wederzijds te verbinden. Bovendien bepaalt art. 1612 van het Burg. Wetb., dat een der vennooten den andere kan verbinden, indien deze hem daartoe