is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

resolutie des kasteels Batavia, genomen in Rade van Indië op Dinsdag den 9den Mei 1769, in verband met artikel 1 der Overgangsbepalingen, artikelen 11 en 12 der Algemeene bepalingen van wetgeving, artikelen 75 en 109 van het Regeerings Reglement en hoofdstuk IV, artikel 10 van de Bepalingen, houdende toepasselijk verklaring van de Europeesche wetgeving op de met de Inlandsehe gelijkgestelde bevolking (vreemde Oosterlingen) Staatblad 1855 No. 79, door te bekrachtigen het tusschen partijen gewezen vonnis van den Landraad te Tangerang van den 29sten Juni 1893. in weerwil dat daarbij is beslist:

le. dat de gerequireerde als adoptief zoon van wijlen Lim Ngo Koei moet worden beschouwd, omdat het vaststaat, dat de gerequireerde als Hauw Lam bij de begrafenis van dien overledene heeft gefungeerd en het tevens onbetwist is, dat de gerequireerde van zijn prille jeugd af ten huize van Lim Ngo Koei geweest is, van dezen opvoeding en huisvesting genoten heeft en door dezen als kind behandeld werd en door de familieleden van Lim Ngo Koei ook als adoptief zoon van dezen erkend is;

2e. dat voor het bewijs van de adoptie van Chineezen niet wordt vereischt eenig geschrift, maar die adoptie, volgens de Chineesche instellingen en gewoonten, ook door omstandigheden, als voren vermeld, kan worden bewezen;

3e. dat de gerequireerde zich dus te recht als erfgenaam van wijlen Lim Ngo Koei heeft beschouwd;

welke beslissingen in strijd zijn met de opgemelde Resolutie des Kasteels Batavia, volgens welke adoptie niet anders kan plaats hebben dan door de werkelijke overgave door de ouders van het kind aan hem, die het adopteert en door middel van eene schriftelijke, door een daartoe bevoegd ambtenaar opgemaakte acte, en welke Resolutie, als zijnde nimmer ingetrokken noch door eene nieuwe en anders luidende vervangen, voor de Chineezen van kracht is gebleven;

O., dat requiranten van cassatie, naar het oordeel van den Procureur-Generaal, met hun middel niet ontvankelijk zijn, om-