is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere Autheuren beklagen buiten gebruik geraakt te zijn. Zie Merula. Lib 4 Tit 17 Cap. 12 Nurn. 4.

Alhoewel oudstijds tot het Excerceeren van 't Advocaatschap zommige Requisiten nodig waren, in zulker voegen dat alvorens de aanneeming, en Immatriculatie van een Advocaat verscheiden onderzoekingen aangaande zijn Perzoon, en bekwaamheden bij den Hove van Holland wierde gedaan, zoo zijn zodanige vereistheeden ten opzigte der Immatriculatie van een Advocaat nog bjj de Hoven van Justitie, nog in de steden meer in Usantie; Maar tegenwoordig volstaat het, dat een Advocaat zjjn Promotie Brief of Diploma van de een of andere Academie verkregen hebbende, exhibeeren en vertonen, ter plaatse daar hij wil Practizeeren, als wanneer hij over al zonder de minste Difficulteit tot het Advocaatschap kan en moet worden geadmitteert. Behoudens dat hij Professie doet van de Christelijke Religie, nademaal een Jood schoon tot Doctor Juris Gepromoveert, het regt van Admissie als Advocaat niet mag genieten. En is volgens het geen bij Mr. Willem van Alphen in zijn Papegaaij Part. 2. in de voorreeden aangeteekent staat, in den Jaare 1658. voorgevallen, dat een Jood van Religie, wezende tot Doctor in beide de Rechten Gepromoveert, en exhiberende zijn Promotie Brief, verzogt geadmitteert te worden tot het doen van den Eed als Advocaat. De Heeren Commissarissen bragten het in den Raad. en na enige Dagen Deliberatie, wierd de Jood niet geadmitteert, maar op den 19 October 1658 zijn verzoek ten einde voorsz: finaal afgeslagen. Dit geval word ook geallcgueert bij Merula. Lib. 4. Tit 17. Cap. 1. in notis.

De essentieele Plichten aan het Advocaatschap verknogt, bestaan onder anderen hier in (1) dat hij zijne Meesters of cliënten getrouwelijk, en met alle mogelijke Deligentie bedienen zal, zonder zig met onnodige retardementen, Delaijen. of uitstellen te behelpen. (2) Dat hij met de Practizijns van Party over de zaak van zijn Client niet heimelijk Correspondeeren zal, veel minder zig door Beloften, Giften, of Gaven laten Corrumpecren of omkoopen. (3) Dat hjj niet dienen zal in zulke Rechtgedingen