is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CIRCULAIRE.

HOOGGERECHTSHOF Batavia, den 14 den Januari 1895.

van

Nederlandsch-Indië.

Eebste Kamee.

No. 26/216.

Herhaaldelijk heeft Hoog-Gerechtshot' zich in den laatsten tijd genoodzaakt gezien de Regeering tot het verleenen van gratie te adviseeren, wanneer daarom door voor de politierol gestraften werd gevraagd, zulks om reden, dat hunne strafvervolging en veroordeeling niet op de wijze, bij algemeene verordening voorzien, hadden plaats gehad en daardoor dus inbreuk was gemaakt op het bepaalde bij art. 88 van het Reglement op het beleid der Eegeering in Nederlandsch-Indië.

De wijze, waarop die strafvervolging en veroordeeling moeten plaats hebben, wordt aangegeven bij den dertienden titel van het zoogenaamd Inlandsch Reglement, meer in 't bizonder bij de artikelen 369 en 370 van dat Reglement.

Nadat de Resident of zijn wettelijke vervanger, ingevolge het bepaalde bij art. 84 op de zoogenaamde, volgens de artt. 78 en volgende gehouden, dagelijksche rol tot de gevolgtrekking is gekomen, dat er genoegzame grond tot vervolging van den door hem ondervraagden verdachte bestaat en dat het feit behoort tot zijne bevoegdheid, als rechtsprekende krachtens art. 110 van het Reglement op de rechterlijke organisatie en het beleid der Justitie in Nederlandsch-Indië, doet hij die zaak, — bijaldien hij ten minste geen nader onderzoek noodig Aan

De politierechters op Java en Ma/Aura.