is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter sprake bracht, en wel meer als een protest tegen de bestaande orde van zaken dan als een waarborg van vooruitgang in de toekomst, voor dat denkbeeld de stemmen van bijna de geheele vergadering, maar toch niet zonder dat Trouchet, Cazales. Garat, Brillat-Savarin en andere uitstekende mannen in die dagen hunne waarschuwende stem daartegen hadden laten hooren. En ook later, toen tijdens het eerste Keizerrijk de vaststelling van den Code d' Instruetion Criminelle aan de orde kwam, werd de jury wel onder de bestaande staatsinstellingen gehandhaafd, doch niet dan na eene langdurige en levendige discussie tusschen hare voor- en tegenstanders, waaruit het beginsel om het volk door middel van zijne vertegenwoordigers over de geschonden rechten der maatschappij te doen oordeelen, zegevierend te voorschijn trad.

En hoe is de jury gedurende haar kortstondig bestaan in ons vaderland, beoordeeld geworden? Een onzer rechtsgeleerden, Mr. van der Meer Mohr, deelt in zijne brochure: „Bedenkingen over het grondwettige, nuttige en noodzakelijke der jury in „Nederland", verschenen in 1823, en dus in de eerste jaren na de herleving van ons zelfstandig volksbestaan, toen de herinneringen aan de Fransche overheersching nog levendig waren, mede, dat de jury ten onzent nooit populair is geweest, dat zij als rechtinstelling door de groote meerderheid der natie werd gewraakt en dat personen, die geen rechtsgeleerden waren, zich ten allen tijde bezwaard gevoelden om het rechtersambt uit te oefenen en over schuld en onschuld uitspraak te doen, zoodat, wanneer de jury voor een deel uit rechtsgeleerden en voor een ander deel uit niet-rechtsgeleerden bestond, de laatsten meermalen het eerst advies lieten uitbrengen door de eersten en zich dan daarmede gewoonlijk vereenigden. Het spreekt van zelf, dat op die wijze het doel van de rechtspraak door gezworenen 'geheel verloren ging, zoodat hare afschaffing en de instelling van reohtscollegiën, bestaande uit personen, die voor de uitoefening van het rechtersambt eene academische opleiding hadden genoten, zonder eenig leedwezen plaats vond.