is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CASSATIE.

Zitting van 9 Mei 1895.

Voorzitter: als voren.

De vraag of de getuigenverklaringen in volkomen strijd met elkander zijn, is aan het oordeel van den cassatie-rechter onttrokken.

De Chinees Lie Goan Djoe, wonende te Padang, requirant van cassatie,

contra

den Maleier Si Djenalie, van beroep slachter, wonende te Padang, en de Maleische vrouw Si Bihakat, wonende te Berok, Padang. gerequireerden.

HET KOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIË,

Gelezen het vonnis van den Landraad te Padang tussehen den gerequireerde Si Djenalie, als eischer en opposant, en den requirant zoomede de gerequireerde Si Rihakat, respectievelijk als gedaagde en geopposeerde en gedaagde en geëxecuteerde, op den 13den Februari 1894 gewezen, waarbij het verzet gegrond en de eischer en opposant goed opposant tegen het door 's Raads deurwaarder Simon op den 17den Februari 1889 gelegd executoriaal beslag op het in de introductieve vordering bedoeld huis is verklaard, met last dat het beslag kost- en schadeloos voor den opposant zal worden opgeheven en met veroordeeling van gedaagde en geopposeerde in de kosten van liet onrechtmatig gelegd beslag en van het onderwerpelijk geding, tot heden begroot op f 37.—, daaronder begrepen f 22.50 aan proeentsgewijze belasting;

Gelezen het authentiek afschrift van de door den Griffier van den Landraad te Padang gehouden aanteekening in het register van acten van cassatie in burgerlijke zaken, waaruit