is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dja Goemoel als gedaagde en de thans gerequireerden als eischers gewezen vonnis, waarbij den eischers hunne vordering ten deele is toegewezen en de gedaagde Maharadja Tagor is veroordeeld 0111 aan eischers af te staan en ter hunner vrije beschikking te stellen drie loenggoek sawah, namelijk twee loenggoek te Pahoe en een loenggoek te Pondom, met verwijzing van partijen in de kosten van het geding, tot op den datum van het vonnis begroot op f 24.—, waarvan door den gedaagde Maharadja Tagor 3 / 4 of f 18.— en door eischers 1 / i of f 6.— te betalen en met ontzegging aan eischers van het meer gevorderde;

Gelet op het authentiek afschrift der acte, waaruit blijkt dat gedaagde Maharadja Tagor den 13en Juli 1894 voor den fd. Griffier bij den Iiapa t te Si Pirok is verschenen en verklaard heeft tegen voorschreven vonnis zich te willen voorzien in cassatie, zijnde hiervan aan de wederpartij kennis gegeven, blijkens relaas van den hulpdeurwaarder bij den Rapat te Si Pirok, Soetan Diapari, op den 2dcn Oetober daaraanvolgende;

Gelet op de door den requirant van cassatie ingediende memorie cldo. 30 September 1894, zoomede op het exploit van beteekening daarvan aan de wederpartij, op den 9den Oetober 1894;

Gelezen de schriftelijke conclusie van den Procureur-Generaal gedagteekend den 30sten Mei 1895, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie, met veroordeeling van requirant in de kosten daarop gevallen;

Gezien de stukken;

O. dat door requirant drie middelen van cassatie zijn voorgesteld :

I. schending dan wel verkeerde toepassing van artikel 117 van het Reglement op het Rechtswezen op Sumatra's Oostkust; II. schending dan wel verkeerde toepassing van artikel 217 en 218 van dat Reglement; III. schending van artikel 19 van genoemd Reglement, door zich bevoegd te verklaren, niettegenstaande niet van de waarde der sawah blijkt;