is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat mitsdien het vonnis behoort te worden verbeterd;

Gelet op de artikelen 295, 301 en 411 van het Reglement op de Strafvordering voor de Raden van Justitie op Java enz. zoomede de artikelen 22 en 336 van het Wetboek van Strafrecht voor Europeanen;

Rechtdoende:

Ontvangt het appèl.

Verbetert het vonnis waarvan appèl.

Verklaart den beklaagde schuldig aan: „het houden van een huis, waar een hazardspel wordt gespeeld en het daarin toelaten van het publiek, na reeds te voren wegens misdrijf tot tuchthuisstraf veroordeeld te zijn geweest".

Veroordeelt hem te dier zake tot de straf van gevangenis voor den tijd van drie maanden en tot betaling eener geldboete van f 50.— (vijftig gulden).

Bepaalt dat h(j bjj niet betaling dier boete b(j wijze van lijfsdwang in gijzeling zal kunnen worden gehouden voor den tijd van zeven dagen.

Veroordeelt den beklaagde in de kosten van het geding in beide instantien.

Bekrachtigt het vonnis voor het overige.

Zitting van 7 Augustus 1895.

Voorzitter: als voren.

Art. 76 Stbl. 1893 No. 190, — Art. 163 Strafw. Eur.

Het moetwillig toebrengen van een slag aan een beambte van een stoomtramweg, in de uitoefening van zijne bediening, valt, krachtens art. 76 van Staatsblad 1893 No. 190, onder het bereik van art. 163 van het Strafw. voor Europeanen.

Het Openbaar Ministerie bij den Raad van Justitie te Batavia, appellant,

tegen

Leonard, Adolf Fransz, oud 17 jaren, geboren te Pasoeroean, wonende te Meester-Cornelis, zonder beroep, geappelleerde.

LXV. 8