is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleidelijke vermindering der heerendiensten, tot een geheele afschaffing daarvan te geraken.

„Ik kan dus dezen onwilligen heerendienstplichtige er niet te „hard over vallen, dat hij zich aan die diensten onttrekt, maar „ik moet er toch voor zorgen dat hij daarbij geen voordeel „heeft, daarom leg ik hem als boete op het bedrag, dat hjj „anders als afkoopsom voor de verzuimde dagdiensten zoude „hebben moeten betalen".

Oppervlakkig beschouwd is voor die redeneering wel wat te zeggen.

Bij eene aandachtige overweging der zaak moet men echter spoedig tot de conclusie komen dat de onwillige opgezetene bij zoodanige uitspraak veel wint, doch de landheer er alles hij verliest , wanneer aan de jurisprudentie van het Hof, nedergelegd in het arrest van 5 Maart 1885, wordt vastgehouden.

De veroordeelde toch betaalt evenmin de boete van f 2.50 als hij vroeger f 2.55 aan den landheer wilde betalen voor de vrijstelling van de door hem verschuldigde 17 dagdiensten heerendienstplichtigen arbeid.

Bjj niet voldoening der ter politierol opgelegde boete wordt deze straf, volgens het 2e lid van art. 371 van het Inlandsch Reglement, vervangen door ten arbeidstelling aan de publieke werken Voor den kost zonder loon, gedurende ten hoogste ééne maand, met dien verstande dat voor elk bedrag van f25.— of daar heneden de duur der straf nooit langer mag zijn dan acht dagen.

Aannemende nu al eens, dat de politierechter bij niet voldoening der boete van f 2.50 de maximum straf oplegt, waartoe hjj bevoegd is, namelijk die van acht dagen , hetgeen wel nimmer het geval zal zjjn, dan zou de opgezetene in stede van 17 dagen heerendienst acht dagen arbeid aan de publieke werken moeten verrichten.

Het is tóch bekend hoe weinig de Inlander in den regel deze wyze van berooving zijner vrijheid telt, wanneer deze maar ettelijke dagen duurt!