is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat alzoo bij samenvatting van liet bovenstaande de eischende Regeering in gebreke is gebleven om het bewijs te leveren van het door haar bij introductieve dagvaarding geposeerde doch door de gedaagde vennootschap ontkende feit. dat tegelijk met het zakelijk recht van hypotheek ook de schuld, tot zekerheid waarvan die hypotheek strekte, door de vennootschap als eigen schuld is overgenomen en dat gevolgelijk de heer Moerman voor het door hem ingebrachte perceel nog eenige andere vergoeding zou hebben gekregen dan de hem toebedoelde aandeelen in de maatschap of vennootschap;

O. dat, nu het vonnis a quo voor zoover daartegen principaal appèl is ingesteld, zij het dan op andere gronden, behoort te worden bekrachtigd, het incidenteel appèl als zonder belang kan worden gepasseerd:

Oelet. behalve op de aangehaalde wettelijke bepalingen, op artikel 616 Burgerlijk Wetboek juncto artikelen 24 s.q.q. en 52 der Overgangsbepalingen (Staatsblad 1848 No. 10) en artikelen 58. 339 en 526 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering: Rechtdoende in hooger beroep:

Passeert het incidenteel appèl.

Bekrachtigt het op den 8en Februari 1895 tusschen partijen gewezen vonnis van den Raad van Justitie te Batavia, voor zoover daartegen principaal appèl is ingesteld.

Verwijst de appellante ook in de kosten der appellatoire instantie.

Zitting van 27 Februari 1896'.

Voorzitter: als voren.

Art. 581 Rechtsv. — Orderbillet. — Lijfsdwang. — Schuldoorzaak. — Koopmanschappen.

Wanneer men een orderbriefje als acceptant heeft onderteekend met erkenning der waarde in koopmanschappen genoten, dan is het voor den lijfsdwang onverschillig of men al dan niet koop-