is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voldoet de dienstplichtige daaraan niet, dan is hij, volgens het Reglement, strafbaar.

De landeigenaar kan den onwilligen heerendienstplichtige niet voor den burgerlijken rechter met eene vordering tot schadevergoeding, wegens wanprestatie van verplichten dienst en daardoor geleden schade, betrekken.

Immers werd bij ari'est van het IIoog-Gerechtshof van 5 Maart 1885 ("Weekblad van het Recht in Ned.-Indië No. 1136) beslist :

„dat de heerendiensten, welke de landeigenaren bewesten de „Tjimanoek gerechtigd ziin van de opgezetenen te beffen, zijn „eene belasting in arbeid, welke krachtens publiek recht geheven „wordt, en de verplichting der opgezetenen tot hetpresteeren van „heerendienst dus is van publiek rechtelijken aard.

„De gevolgen van de niet-voldoening door de opgezetenen „aan hunne verplichting ten deze mogen dus niet beoordeeld „worden naar de regelen van het Burgerlijk Wetboek, maar „moeten getoetst worden aan de speciaal daarvoor gestelde „regelen, n.1. art. 60 van Staatsblad 1836 No. 19".

Dit artikel bevat strafbepalingen op overtredingen van het Reglement op de particuliere landerijen bewesten de Tjimanoek, bjj genoemd Staatsblad gearresteerd.

„Nergens", zegt bedoeld arrest", is bepaald, dat de land„eigenaar het reelit heeft om van den heerendienstplichtige, die „aan zijne verplichting niet voldoet, vergoeding van de daardoor „geledene schade te vorderen".

Tot aan de vaststelling van liet Reglement van 1836 No. 19 waren alle bewesten de Tjimanoek gelegene, tot aan het Engelsch tusschenbestuur, verkochte landen, door de Regeering erkend als vrije allodiale goederen.

Dat Reglement stelde daarvoor een door de Regeering aan de landeigenaren gedelegeerd recht van belastingheffing in de plaats, en als zoodanig was niet alleen de vordering van heerendiensten, maar van alle opbrengsten aan den langeigenaar als belasting te beschouwen.