is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat aangaat liet door de Commissie aangehaald Staatsblad 1831 No. 39 hield dit bepalingen in omtrent Chinezen die hier werden aangevoerd om bij vrijwillige overeenkomst bij de toenmalige Gouvernements Landbouw-etabKssementen in Krawang en Banjoeicangie te worden te werk gesteld en die de Regeering ook aan particnliere landbouw ondernemers, tegen restitutie der door Haar voor den overvoer uit China gemaakte kosten, wilde afstaan, waarvan echter, voor zoover ik heb kunnen nagaan, nimmer is gebruik gemaakt, hetgeen ook niet te verwonderen is, als men let op het feit dat de eerste aangevoerde Chinezen, die in het Krau-angsche werden te werk gesteld, reeds drie maanden na hunne komst in opstand kwamen, waarbij alle Europeanen , niet alleen op het Etablissement, maar zelfs ter hoofdplaats, werden vermoord, waardoor het noodig was eene militaire expeditie onder bevel van den Majoor Michiels derwaarts te zenden om het oproer te dempen.

Alleen de Resident de Serière ontkwam met zijne familie dat bloedbad door toevallige afwezigheid van de hoofdplaats.

Deze Chineezen verbonden zich voor ticee jaren en werden, wanneer zij bij particulieren in dienst traden, op denzelfden voet ingeschreven als bij art. 27 van Staatsblad 1825 No. 44 voor andere van elders aangevoerde huurlingen was bepaald.

Dat de Wetgever van het Reglement van 1836 ook de kwestie der huurlingen, geen opgezetenen van de particuliere landen, voor deze anders wilde regelen dan voor Ondernemingen daar buiten, bewijzen de artikelen 41 t/m. 45 van Staatsblad 1836 No. 19, luidende:

Art. 41. „Huurlingen, die voor een tijdvak van meer dan „drie maanden worden in dienst genomen ten behoeve van „'ontginningen, kultures, fabrieken en andere belangrijke ondernemingen of werken en niet behooren tot de opgezetenen „van het landgoed, zullen door den eigenaar bij de plaatselijke „autoriteit worden aangegeven".

Art. 42. „Van deze aangiften wordt aangelegd een register, „hetwelk zal inhouden: