is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inziens, geen bezwaar, wanneer voor die afschriften geene kosten worden berekend". ( x ).

Men lioude in het oog, dat ik hier alleen gesproken heb over vorderingen boven de f 100.— en van onbepaald bedrag. Afschriften van vorderingen beneden de f 100.— behoeven, evenals die vorderingen in originali, krachtens No. 36 sub b der zegelvrijstellingen niet op zegel geschreven te worden en behoefde ik dus van die afschriften hier niet te spreken.

Bij evcntucele herziening van alinea 1 art. 128 I. R. ( 2 ) zoude het aanbeveling verdienen, om de thans gevolgde praktijk wettelijke sanctie te geven en in het artikel op te nemen de bepaling — op het voetspoor van art. 195 I. R. — dat door den Griffier een afschrift der vordering aan den gedaagde zal worden gezonden desnoods met bijvoeging van de woorden „op ongezegeld papier" om allen twijfel op te heffen, ofschoon m. i. een zoodanig bevel aan den Griffier niet op een maatregel van inwendigen dienst evenals in art. 195 I. R. en het afschrift op dien grond dus ongezegeld behoort te worden uitgereikt. |

S oekaboemi , 4 Juni 1896.

R. II. KLEYN.

(') Deze cnrsiveermg is van mij. — Zie ook Mr Winckel, de rechtspleging onder de Inlanders en daarmede gelijkgestelden op Java en de Buitenbezittingen, Deel 1T, bl. 28 § 19. die echter over de kosten van het afschrift niet spreekt.

('-) Zie een proeve van herziening van art. 128 I. 11. in W. v. h. K. No. 1522 door K. W. A. Scholte.