is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die uitspraak te doen. de lijfsdwang blijkbaar ook noodig heeft geoordeeld.

De heer Jacob Anthonij Stok, zich teekenende Jacques A. Stok, hadelsgeiimployeerde, wonende te Batavia, tijdelijk verblijf houdende te Ampenan op Lombok, appellant, comp. bij den Adv. en Proc, Mr. Th. A. Rnija, contra

August George Johan Eollman, klerk bij het Departement van Justitie, wonende te Batavia, geiDtimeerde, comp. bij den Adv. en Proc. Mr. W. Stortenbeker.

1IET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-IND1E,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der daadzaken:

Overnemende het exposé daarvan, vervat in het tusschen partijen op 8 Maart 1895 door tien Raad van Justitie te Batavia (Eerste Kamer) gewezen vonnis, waarbij den eischer zijne vordering ten deele is toegewezen, mitsdien de gedaagde is veroordeeld om binnen den tijd van drie maanden na de beteekening van dat vonnis ten overstaan van het Raadslid Mr. A. J. Andrée Wiltens, die daartoe tot Rechter-Commissaris is benoemd, aan den eischer eene behoorlijke door justificatoire bescheiden gestaafde rekening en verantwoording te doen van heigeen door hem als cessionaris uit de nalatenschap van wijlen den heer Johan George Weijergang, in het vonnis voornoemd, ontvangen is, met verstand dat, indien de gedaagde in gebreke blijft om op den daartoe door den Rechter-Commissaris te bepalen dag en uur te verschijnen of rekening en verantwoording te doen, hij daartoe zal kunnen worden genoodzaakt door inbeslagneming en verkoop zijner goederen tot het beloop eener som van f 12000.— (twaalf duizend gulden) en desnoods bovendien tot beloop van diezelfde som door lijfsdwang; de gedaagde nog is veroordeeld tot afgifte van zoodanige som als bij het sluiten