is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^Meerderjarigheid van den Inlander en de Staatsbladen van 1819 No. 60 en 1839 No. 22.

Was het ernst of onachtzaamheid van den wetgever toen hij in het Strafwetboek voor Inlanders in art. 271 deed uitkomen, dat hij elk meisje beneden de zestien jaren minderjarig beschouwde?

Het artikel staat in Boek II, titel II, Hoofdstuk I, afdeeling VI § II, tot opschrift dragende: „Wegvoering van minderjarigen", en luidt: „Wanneer de weggevoerde, opgeligte of verwijderde minderjarige een meisje is van minder dan zestien jaren, is de straf (n. 1. voor den ontvoerder) dwangarbeid" enz. Nu is het Strafwetboek voor Inlanders in de allereerste plaats toepasselijk op den eigenlijk gezegden Inlander, die voor een overgroot gedeelte den Mohammedaanschen godsdienst belijdt, voor een ander deel nog heiden is. Voor al dezen is art. 271 voormeld geschreven, voor zooverre zij n. 1. aan onze jurisdictie onderworpen zijn.

De gestelde vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden en houdt een nauw verband met de beantwoording van deze andere vraag: Wanneer is de Inlander meerderjarig?

Al dadelijk merk ik op, dat in de volgende regelen deze vraag beantwoord zal worden met het oog op den Mohammedaanschen Inlander, die, ni fallor, het overgroote deel deibevolking in deze landen uitmaakt, terwijl mij geen genoegzame gegevens bekend zijn, om te kunnen mededeelen, op welken leeftjjd de verschillende onder onze jurisdictie levende heidensche stammen hunne meerderjarigheid stellen ( 1 ). Wat vreemde

f 1 ) Waarschijnlijk zal die leeftijd niet veel verschillen van die der Mohammedanen en eveneens samenvallen of met de puberteit of met het 15e levensjaar. — Vgl, Prof. dr. G. A. Wilkon, Plechtigheden en Gebruiken bij verlovingen en huwelijken bij de volken van den Indischen Archipel.