is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan niet vóór de registratie bestaan, om na die kunstbewerking nog eens opnieuw te ontstaan.

Eene groote onjuistheid is ook de voorstelling, die de Toelichter dö&r geeft, waar hij beweert dat „de registratie de eenige voorwaarde voor de verbindbaarheid der aangegane transactiën is" ( 1 ). Dit kan, naar mijne opvatting, alleen beteekenen öf dat de registratie alle gebreken in de overeenkomst goed maakt, zoodat bv. gemis van bekwaamheid of vrpe toestemming van eene der partijen geen gegronden twijfel over de verbindbaarheid der overeenkomst kan doen rijzen, als zij maar geregistreerd is óf dat alle geregistreerde overeenkomsten door partijen moeten worden nageleefd. Wordt in dit laatste geval geheel over het hoofd gezien, dat de naleving eener overeenkomst in de allereerste plaats van den wil van partijen afhangt, en „nemo potest praecise ad factum cogi". bij de eerste opvatting wordt art. 1320 I. B. W. (1356 N. 13. W.) eenvoudig over 't hoofd gezien.

De voorstelling dat de registratie de eenige voorwaarde is voor de verbindbaarheid der gesloten overeenkomsten staat in zeer nauw verband met de stelling die de Toelicliter onder No. 28 tracht te bewijzen: „De verplichting tot registratie is eene opschortende voorwaarde". Ik moet beginnen met op te merken dat hij zich hier weer onnauwkeurig uitdrukt, of liever verkeerd, want eene verplichting tot registratie, hoedanige uit den aard der zaak alleen op den hiermede belasten ambtenaar kan rusten, is in het stelsel der huurordonnantie ten eenenmale onbekend ( 2 ). Er had moeten staan öf „de verplichting om het contract ter registratie aan te bieden" öf, en dit zou m. i. de juiste uitdrukking geweest zijn „de registratie" tout court. Wordt toch het eerste bedoeld, dan is hiertegen aan te voeren

(') P. 81, 3e al.

(*) Die verplichting bestaat wel voor de ambtenaren der registratie in Nederland, en ook hier voor Notarissen, indien de registratie alleen ten doel heeft de dagteekenmg eener onderhandsehe acte ooi tegenover derden te verzekeren (art. 1880 I. B. W., 1917 N. B. W.).