is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het proces, dat tot overeenkomst van huur, koop of pacht moet leiden, terwijl het verhuren met verhuring van gelijke beteekenis is. Heeft men het oog op de overeenkomst zelve en niet uitsluitend op de wijze waarop zij tot stand komt, dan spreekt men van verhuur (of huur), verkoop (of koop) en pacht.

Daarom is het verkeerd te zeggen dat voor het verhuren (art. 1 pr.) van sommige nader aangeduide gronden de volgende regelen gelden, want die regelen belieerschen bijna uitsluitend de overeenkomst zelve, en hebben slechts in een zeer enkel geval betrekking op de wijze waarop zij tot stand komt. Goed is 't woord verhuring gebezigd in al. 2 van art. 4, maar overal elders behoorde hiervoor te staan verhuur. Zoo zijn de woorden het iveder inhuren en het inhuren in art. 7 al. 3 juist gebezigd, maar het verhuren in art. 1 pr. is verkeerd.

Even onjuist is hier de uitdrukking „als deelgenooten" want grond kan eenvoudig niet als deelgenooten bezeten worden, wel als aandeel. De redacteur is blijkbaar met zijne gedachten blijven hangen aan de woorden door Inlanders ('), en is daardoor in eenc even zonderlinge constructie vervallen als wanneer men, e. g. zou zeggen: „De woning van den koopman, die overleden en pas geverfd is". Verder is het in goed Ilollandsch (wij zijn nog altijd aan dezelfde alinea) onjuist om te spreken van grond die als amhtsvelden bezeten wordt, omdat men in zoo'n geval het enkelvoud amhtsveld bezigt, terwijl de woorden „door dessabestuurders" gerust hadden kunnen zijn weggelaten, want in het gebied waar binnen de liuurordonnantie bestemd is haren weldadigen invloed te doen gevoelen, zijn ambtsvelden waarop andere personen dan leden van het dessabestuur recht hebben onbekend.

Het woord uitzonderingen is in de 3e al. van art. 1 gebezigd in een zin, dien het in onze taal niet heeft. Wil men de vrij

(') Keeds is opgemerkt dat deze zonder het minste nadeel knnnen gemist worden, want grond zóó bezeten als in de eerste alinea van art. 1 wordt omschreven kan, volgons de bestaande agrarische wetgeving, niet anders dan door inlanders bezeten worden.