is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

adres van het Nederlandsche Comité aangevoerde hoegenaamd niets bewijzende en door niets gerechtvaardigde stelling, dat de tegen het daarin beoogde doel aangevoerde bezwaren denkbeeldig of overdreven genoemd mogen worden.

En hoe dat juiste systeem van onzen wetgever omtrent het onmogelijke van het positieve bewijs van het vaderschap door onze wetgeving volkomen consequent is doorgevoerd, blijkeuit art. 250 Indisch, 305 Nederlandscli Burgerlijk Wetboek, waarbij, zeer zeker dan toch niet tot bescherming van de sterke en verdrukking van de zwakke sexe, is bepaald, dat het kind, hetwelk staande huwelijk is geboren of verwekt, den man tot vader heeft, behoudens de hem bij de volgende artikelen gelaten vrijheid om het tegendeel te bewijzen, wat, zooals de praktijk leert, zeer moeiclijk is.

Derhalve voor de afstamming van het kind, in huwelijk verwekt, heeft de wetgever liet zelfs noodig geacht, om dit door een wettelijk vermoeden te zijnon voordeele te hulp te komen, omdat zonder dat het bewijs zijner afstamming te moeielijk zoude kunnen zjjn.

En nu wil men ten aanzien van buiten echt verwekte kinderen, zonder eenig prealabel vermoeden, in effectie gelijk aan dat aan het huwelijk, in verband met de in de wet voor het bewijs van wettige kinderen burgerrechtelijk en strafrechtelijk gestelde waarborgen ontleend, eiken man maar klakkeloos aan processen van wie ook tot het onderzoek naar diens beweerd vaderschap blootstellen!!!

Maar er is meer! De dames en heeren van het Comité en sub-Comité schijnen, zij het dan ook wellicht onbewust, niet alleen in casu de sterke sexe met de zwakke te willen gelijk stellen, maar bovendien aan laatstgenoemde betere rechten dan aan eerstgenoemde toe te kennen.

Want zij verlangen de opheffing van liet verbod van het onderzoek naar het vaderschap, zonder meer. Omtrent de bewijs-waarborgen daarvoor geen woord.

Daarentegen vinden zij het behoud van die waarborgen voor