is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beklaagde te bei-echten, omdat een adviseerend lid, waarmede de landraad, met het oog op den landaard van den beklaagde, volgens de wettelijke bepalingen moest aangevuld worden, niet te vinden was. De wetgever hakte door middel van wetswijziging den knoop door. Maar inmiddels had de beklaagde ruim anderhalf jaar in preventieve hechtenis doorgebracht.

Nu de landraden onder leiding staan van rechtskundigen, die, ook zonder dat het wetboek dienaangaande een instructie bevat, wel weten wat in het algemeen als regel gelden moet om een strafbaar feit als bewezen aan te nemen, mag gevraagd worden, of het niet tijd wordt de wetteljjke bewijsteer van het inlandsch reglement te laten varen, m. a. w. de beperkende voorschriften omtrent de bewijsvoering af te schaffen, met behoud van de verplichte motiveering der vonnissen ( 1 ).

De bestaande bewijsleer brengt in sommige gevallen teweeg, dat beklaagden, van wier schuld rechters en publiek ten volle overtuigd zijn, op grond van gemis van wettelijk bewijs worden vrijgesproken, alsmede dat personen, wier plaats op de bank der beschuldigden zou moeten zjjn, ter wille van het bewijs als getuigen optreden. Bij de rechtspraak over inlanders moet alles vermeden worden, wat met het eenvoudig gezond verstand strijdig schijnt, zal het prestige, dat die rechtspraak zoozeer behoeft, bewaard blijven. Om diezelfde reden behoort de straf van nietigheid, gesteld op overtreding van artikel 30 van het reglement der rechterlijke organisatie, o. a. inhoudende, dat in de vonnissen de stellige wettelijke bepalingen, waarop zij gegrond zijn, vermeld moeten worden, in dier voege gewijzigd te worden, dat de hoogere rechter bevoegd zij die straf niet uit te spreken, wanneer geen enkel belang door de begane over-

(') Op Java en Madoera spreken de besturende ambtenaren ter politierol recht volgens hun intieme convictie. (De resident doet uitspraak naar bevind van zaken, zegt art. 370 Inl Reglt. en zijn uitspraken zijn ongemotiveerd) Het zonderlinge feit doet zich voor, dat de magistraatsgerechten op de Buitenbezittingen (precies gelijkstaande met de politierol op Java) weder aan de wettelijke bewijsleer gebonden zijn.